Bloembollen
Vanaf begin januari tot eind juni kunnen allerlei bol- en knolgewassen in de tuin een welkome kleuraanvulling zijn. Bij mild winterweer bloeien al in januari de Sneeuwklokjes (Galanthus nivalis), gevolgd door de Winteraconieten (Eranthus hyemalis) en vanaf half maart tot het einde van de lente is het aantal cultivars van de vele geslachten en soorten schier ontelbaar. Het is niet eenvoudig om een keuze te maken uit het enorme aanbod.
De planttijd Alle herfstmaanden zijn geschikt om bol- en knolgewassen te planten die in de winter of in het voorjaar bloeien, maar hoe vroeger hoe beter. Vooral zeer vroeg bloeiende zoals Sneeuwklokjes en Winteraconieten, moeten eigenlijk niet later dan september worden geplant.

Het planten : hoeStrooi op de plaatsen die daarvoor bestemd zijn de bollen uit alsof het een handje zaad is en plant ze ongeveer op de plaats waar ze zijn terechtgekomen. Druk grote bollen vast in de grond op een diepte die ongeveer gelijk is aan twee- tot driemaal de bollengte en kleine bollen (of knollen) op een diepte die gelijk is aan drie- of viermaal de bollengte. Afdekken met stro, dennentakken of turfmolm kan wel nuttig zijn, maar is niet beslist noodzakelijk. In principe mogen bol- en knolgewassen in de grond blijven staan. Ze komen dan in het volgend jaar weer op en zelfs in steeds grotere getale. Voorwaarde is, dat de groeiomstandigheden gunstig zijn en dat het blad rustig kan uitrijpen en afsterven. Een bezwaar is, dat het afstervende blad van sommige bolgewassen een nogal wat rommelige indruk maakt, waardoor de omringende andere, op dat moment bloeiende, gewassen niet zo goed tot hun recht komen.
Een redelijke tussenoplossing is: Narcissen, Winteraconieten, Krokussen, Sneeuwklokjes enz. onder struiken en/of tussen bodembedekkende vaste planten zetten en Tulpen, Hyacinten enz. na de bloei rooien. De gerooide bollen moeten worden versnipperd en met de bladeren in de composthoop worden verwerkt of onder het bladerdek van de omringende planten worden verborgen. De gerooide bollen opkuilen teneinde de bladeren te laten uitrijpen en de bollen daarna pellen om in de herfst te herplanten, is wel mogelijk, maar als het om een kleine hoeveelheid in grote verscheidenheid gaat, loont het veelal de moeite niet. Wanneer u bloembollen hebt geplant, kunt u er het beste kuikengaas overheen leggen. Vogels en katten kunnen er dan niet bij en de planten kunnen gewoon door het gaas heen groeien. Als de bollen boven de grond komen, doet u er goed aan mest toe te voegen. Gebruik gedroogde mest of mengmeststof met weinig stikstof

De plantdiepte bloembollen Plant bloembollen op een diepte die gelijk is aan tweemaal de diameter van de knol of bol. Een tulpebol van 5 cm doorsnede kan dus 10 cm diep worden geplant. U kunt de aanwijzingen die op de verpakking staan het best zo exact mogelijk opvolgen.

Verplaatsing van bollenSommige bloembollen die in huis hebben gebloeid kunnen, als het weer het toelaat, buiten worden geplant. Dat is bijvoorbeeld mogelijk met een hyacinten, krokussen en narcissen. Tulpebollen zijn waardeloos na de bloei en hyacinten die op water hebben gestaan, hebben vaak ook geen levenskansen meer.

Het bewaren van bollenNa het rooien worden de bollen en knollen eerst gedroogd en schoongemaakt. Dan legt u ze neer of hangt u ze op een plaats waar het droog en koel is, en natuurlijk vorstvrij. Er zijn ook bloembollen, zoals tulpen, narcissen en gladiolen, die op een plaats moeten worden gedroogd waar veel wind is, maar geen zon.