De tuin bemesten
Een juiste bemesting voorkomt dat planten ziek worden en gevoelig worden voor ziekten en plaagdieren, waardoor er minder bestrijdingsmiddelen en nieuwe planten nodig zijn. Een juiste bemesting zorgt ook voor een goede bodemstructuur. Hierdoor wordt (regen)water vastgehouden, zodat er minder drinkwater gebruikt hoeft te worden voor het besproeien van de tuin.De meeste tuinen hebben op z’n tijd bemesting nodig. Welke mest moet u gebruiken en wanneer?

Er is keuze uit diverse meststoffen:

Compost en dierlijke mest. Dit zijn organische meststoffen. Het zijn ook goede bodemverbeteraars.
Natuurlijke meststoffen die als aanvulling op organische mest worden gegeven.
Kunstmest. Wees voorzichtig met het gebruik van kunstmest. De voedingstoffen komen snel vrij waardoor het risico van overbemesten groot is. De planten ‘verbranden’ dan: ze krijgen gele bladeren en verwelken. Verder kan een teveel aan meststoffen uitspoelen naar het grondwater, en zo het water vervuilen.
Vanuit milieuoogpunt is organische mest (compost en dierlijke mest) beter dan kunstmest. Het is bovendien beter voor uw grond. Het brengt niet alleen voedingsstoffen in de grond, maar verbetert de structuur van de bodem en houdt het bodemleven gezond. Hierdoor krijgt de plant meer weerstand tegen schadelijke bacteriën en schimmels. Compost is een betere bodemverbeteraar dan dierlijke mest. Het verbetert zowel de structuur van lichte (zand) als zware (klei)grond.

Een juist gebruik: algemene tips

Een juist gebruik van mest betekent dat u niet méér mest moet gebruiken dan nodig, en alleen moet bemesten als planten het nodig hebben. Dit geldt zowel voor kunstmest als voor organische mest. Doe ook uw voordeel met de volgende bemestingstips:

Zandgronden hebben meestal meer organische bemesting (compost en vaste dierlijke mest) nodig dan kleigrond. In zandgronden worden organische stoffen namelijk sneller afgebroken dan in kleigrond.
Mest moet worden aangebracht op het moment dat de plant er behoefte aan heeft. In de moestuin, waar een groot deel van het jaar gewassen worden geoogst, zullen de voedingsstoffen een aantal malen per jaar moeten worden aangevuld. In de siertuin geldt: bemest op maat. Vooral in het voorjaar zullen planten behoefte hebben aan extra voedingsstoffen.
compost kan het beste lichtjes worden ondergewerkt, zodat de plantenwortels de voedingsstoffen kunnen opnemen.
Compost kan in ook in een dun laagje worden uitgestrooid over het gazon. Op kleigrond in het najaar en op zandgrond
Dierlijke mest kan in tuinen met kleigrond het best in het najaar worden toegediend; in tuinen met zandgrond is het vroege voorjaar (maart) het meest geschikt. De mest moet niet meer dan 10 à 15 cm diep worden ondergespit.
In de moestuin is een jaarlijkse gift van 2 à 3 kg verteerde of gecomposteerde runderstalmest per vierkante meter meestal ruim voldoende.
Als de zuurgraad (pH) van de bodem niet goed is, kunnen de planten bepaalde voedingsstoffen niet of onvoldoende opnemen. Een pH tussen 5,5 en 7,5 (afhankelijk van de grondsoort) is goed voor de meeste planten. Met een eenvoudige test (te koop in tuincentra) kunt u zelf de zuurgraad bepalen. Te zure grond kan minder zuur worden gemaakt door het strooien van kalk en door het los maken van de bodem.
Een bodem kan van nature een tekort aan voedingsstoffen hebben. Of er een tekort is aan voedingsstoffen kunt u laten vaststellen door een gespecialiseerd bedrijf.
Verschillende soorten mest
Compost ontstaat door vertering van plantaardig materiaal. GFT-compost wordt gemaakt van groente, fruit en tuinafval, dat in veel gemeenten apart wordt ingezameld. Heeft u een tuin, dan kunt u zelf compost maken. Zie: Zelf composteren.

Champost bestaat uit paardenmest dat gecomposteerd wordt met kippenmest, stro en gips.. Omdat er kalk doorgemengd is, is champost erg basisch. Champost kan dan ook beter niet worden gebruikt op grond waar de pH al redelijk hoog (pH > 7) is. Houd er rekening mee dat champost meer zouten (fosfor, kalium) bevat dan compost.

Kunstmest bevat geconcentreerde plantenvoedingsstoffen zoals stikstof, kalium, fosfor, magnesium en calcium. Kunstmest wordt gemaakt uit onder andere fosfaaterts en stikstof dat uit de lucht wordt gehaald. Fosfaaterts wordt gewonnen in Noord-Afrika en wordt dus over een grote afstand vervoerd.:br
De voorraden fosfaaterts zijn eindig. In fosfaaterts zit van nature cadmium, dat er grotendeels uit wordt gehaald en als chemisch afval vrijkomt en wordt geloosd. Ook komen stoffen als fosfaat, radioactief radium, lood en polonium vrij. Het winnen van stikstof uit de lucht kost veel energie. Bovendien ontstaat er veel gevaarlijk afval bij de productie.

 

Bemesten met dierlijke mest
Dierlijke mest bevat wat meer voedingsstoffen dan compost, en het houdt net als compost de bodemstructuur en het bodemleven in stand. Dierlijke mest is vers en in korrelvorm of poeder verkrijgbaar.

Verpakte mest is meestal koemest, soms wordt wat kippenmest bijgemengd. Op de verpakking staat aangegeven hoeveel mest moet worden gebruikt.
Verse mest geeft niet direct voedingsstoffen af, het moet eerst een beetje verteren. Gebruik bij voorkeur stalmest van minstens één jaar oud: verse koemest bevat ammoniak en kan de bladeren van planten ‘verbranden’.
In tuinen met kleigrond kan dierlijke mest het best in het najaar worden toegediend; in tuinen met zandgrond is het vroege voorjaar (maart) het meest geschikt. Verse mest moet ondiep (niet meer dan 10 è 15 cm diep) worden ondergespit. In de moestuin is een jaarlijkse gift van 2 à 3 kg verteerde of gecomposteerde runderstalmest per vierkante meter meestal voldoende.

 

Aanvullende meststoffen
Natuurlijke meststoffen worden gebruikt als aanvulling op bemesting met compost of dierlijke mest. Zij activeren het bodemleven. Voorbeelden zijn beender- en bloedmeel (slachtafvalproducten), basaltmeel, lavameel (hard en zacht vulkanisch gesteente) en bentoniet (klei). Er zijn ook meststoffen die specifieke tekor-ten in de plantenvoeding uit organische meststoffen aanvullen, zoals fosformest-stof (fosfor) en vinassekali (kali: afvalproduct uit de voedingsindustrie). Tot slot zijn er meststoffen met kalk, zoals maërl (koraal- algenkalk), die de zuurgraad van de bodem regelen. Op de verpakking staat hoe u ze moet gebruiken.

Bemesten met kunstmest
Kunstmest bevat geconcentreerde plantenvoedingsstoffen, zoals stikstof, kalium, fosfor, magnesium en calcium. Kunstmest bevat precies de juiste verhouding en concentratie voedingsstoffen: in dierlijke mest en compost kan de hoeveelheid voedingsstoffen variëren. Het zorgt niet voor een goede bodemstructuur, omdat het geen organisch materiaal bevat.
Kunstmest lost meestal gemakkelijk op en is dan direct voor de planten opneembaar. Gebruik het daarom in het groeiseizoen. Als er buiten het groeiseizoen wordt gestrooid, spoelt het uit zonder dat de planten ervan hebben kunnen profiteren. Het grond- en oppervlaktewater raakt er door verontreinigd.

Op de verpakking staat meestal aangegeven hoeveel mest u moet geven. Overbemesting kan leiden tot te snelle groei van de planten. Het gevolg is zwakke planten, die kwetsbaar zijn voor ziektes en plagen. Wees voorzichtig met het gebruik van kunstmest. Door kunstmestkorrels die de voedingsstoffen direct afgeven, kunnen planten ‘verbranden’. Ze krijgen gele bladeren en verwelken.

Labels en keurmerken
EKO-keurmerk
De grondstof van deze compost is voor minimaal 75% van ecologische oorsprong, bijvoorbeeld organisch afval van biologische bedrijven en gras uit natuurterreinen. EKO-compost bevat niet alleen weinig zware metalen, ook het gehalte aan andere verontreinigingen is laag. EKO-compost is slecht verkrijgbaar voor consumenten; het moet bij het bedrijf worden afgehaald.

Milieukeur
Meststoffen met het Milieukeur voldoen voor wat betreft het gehalte zware metalen aan de eisen voor zeer schone compost, zoals verwoord in het Besluit kwaliteit en gebruik overige organische meststoffen (BOOM-besluit), met uitzondering van zink en koper waarvoor moet worden voldaan aan de eisen van compost.