verzorging van gazon

– Onkruid in het gazon
– Gazon weer topfit
In veel tuinen van Nederland treffen we een gazon aan.De oppervlakte gazons in nederland wordt wel geraamd op 300 miljoen vierkante meter. In tachtig procent van de tuinen kan het gras echter veel beter zijn dan het nu is. Deze pagina wil een hulpmiddel zijn om uw gazon mooier en sterker te krijgen zonder dat u daar nu ontzettend veel moeite voor hoeft te doen. Voor de meeste gazons betekent dit tegelijk dat het veel intensiever kan worden gebruikt.

Voeding.

Eén van de grootste fouten die met een gazon wordt gemaakt is het niet op tijd geven van voldoende voeding. Veel mensen denken dat je dan veel te vaak moet maaien en dat je dan veel tijd kwijt bent voor het gazon. Ook wordt wel eens gedacht dat de voeding die bij aanleg is gegeven in de vorm van potgrond of bemeste tuinaarde voldoende is voor een jarenlang mooi gazon. Dit is echter niet waar. Een gazon moet regelmatig voorzien worden van voeding met een voldoende hoeveelheid stikstof. Stikstof zorgt voor voldoende grasgroei en een mooi en stevig gazon. Maar deze meststof moet steeds worden aangevuld omdat het door het gras wordt opgenomen. Vroeger werd veel met 12+10+18 bemest. In deze NPK-bemesting zit 12% stikstof (N), 10% fosfaat (P), en 18% kali (K). Het grootste voordeel van deze meststof is dat het goedkoop is. U heeft per keer ongeveer 5 kg per 100 m2 nodig. Nadelen zijn dat het snel kans op verbranding geeft en slechts voor 4 à 5 weken werkzaam is. Dan moet eigenlijk al weer opnieuw gestrooid worden. Ook wordt vaak van gedroogde koemest en compost gebruik gemaakt. Nadeel van deze meststoffen is dat de verdeling heel moeilijk is en de hoeveelheid opneembare stikstof te gering is. Tegenwoordig zijn langwerkende meststoffen in de handel, die 3 à 4 maanden effectief blijven. Zo’n meststof strooit u bij voorkeur in maart of april en nog eens in augustus of september. Bij het toepassen van langzaamwerkende meststoffen is er geen risico dat de grasmat kan verbranden. U kunt zelf heel goed zien of uw gazon een goede voedingstoestand heeft. Als de kleur van het gazon lichtgroen of geel is en u (in het groeiseizoen) minder dan 1 keer per week hoeft te maaien, is het gras dringend aan een bemestingsbeurt toe.
Maaien en verticuteren.

Een gazon moet geregeld worden gemaaid. Dat weet iedereen. Maar hoe vaak? Dat is heel makkelijk te onthouden. Een gazon moet gemaaid worden als de hoogte van het gras zowat dubbel zo hoog is als wanneer het net gemaaid is. In de praktijk komt het erop neer dat u in de echte groeitijd 2 keer per week moet maaien. Waarom zo vaak? Als u het minder vaak doet, wordt het gras te lang. Het maait dan veel moeilijker en het afgemaaide gras kan niet blijven liggen. Dit moet u verwijderen, waardoor er waardevolle voedingsstoffen verloren gaan, zodat het gazon wordt uitgeput. Bovendien komt bij lang gras minder licht onderin de grasmat en daardoor wordt de mat hol en dun. U bent dan eigenlijk, net als vroeger een boer, aan het hooien! Een ideale methode om op een snelle wijze zoveel mogelijk mos te krijgen. Door vaker te maaien krijgt u een mooiere gesloten grasmat. Onkruid en mos krijgen dan veel minder kans. De maaihoogte van de grasmaaimachine kan het beste op een vlakke harde vloer afgesteld worden.

Sproeien.

Over het sproeien van uw gazon in droge tijden bestaan ook de meest uiteenlopende meningen. U kunt zich het beste aan de volgende regels houden.Als een gazon net is aangelegd moet er vaker en met minder grote hoeveelheden worden gesproeid. Bij voorkeur ook overdag als de zon fel schijnt, moeten pas gelegde graszoden goed worden nat gehouden. Vier tot zes weken na het leggen van de graszoden mag het water geven in droge tijden worden beperkt tot één keer per week een wat grotere hoeveelheid, bij voorkeur ’s avonds laat.
Onkruidbestrijding.

Vooral in een ouder gazon komen vaak hardnekkige onkruiden voor. Deze onkruiden komen voort uit zaden die met de wind meegenomen worden. Als de omstandigheden gunstig zijn kiemen ze. U komt ze ook vaak in de borders tegen. Met name paardebloemen, klaver en madeliefje komen vaak voor.

onkruid

De beste methode om onkruid te voorkomen is, zodra u ze tevoorschijn ziet komen, deze onkruiden te verwijderen door ze uit te steken. Dit moet zeer voorzichtig gebeuren om de grasmat zoveel mogelijk onbeschadigd te laten. Als u het gazon goed heeft bemest, zal de opengevallen plaats snel weer dichtgroeien. Bijzaaien is pas nodig als de kale plek groter is dan ongeveer 7 bij 7 cm. Als u dit één keer per maand doet houdt u een onkruidvrij gazon. Alleen als de onkruidbezetting erg groot is adviseren wij u een onkruidbestrijdingsmiddel toe te passen. Verkeerde pollen gras komen vaker voor naar- mate het gazon ouder is. Wilde pollen gras ontstaan in uw gazon doordat zaadjes via de wind meegevoerd worden. Een bron van wilde grassen zijn vaak wegbermen. Hoewel er vele vreemde grassoorten in uw gazon binnen kunnen dringen, kunt u ze heus wel de baas blijven.Wilde pollen kunt u herkennen aan de andere structuur en kleur van het blad of aan de aanwezigheid van zaadstengels. Ook hier geldt dat zo snel mogelijk verwijderen het behoud van het gazon is. Als u deze pollen niet wilt verwijderen, maar laat zitten, hebben ze na een jaar vaak al een doorsnede van 25 cm en na enkele jaren is het gazon een bonte verzameling van allerlei grassoorten. De enige juiste methode is dan het volledig renoveren van uw gazon.

Mos.

Een apart probleem is het verwijderen van mos in een gazon. Vrijwel iedereen weet de oplossing: U moet kalk strooien of Thomas slakkemeel. Allemaal onzin! Door een goede bemesting stimuleert u de groei van het gras en daardoor heeft het voldoende weerstand en kracht om te konkurreren met het mos. Maai niet te kort, vooral niet als uw gazon in de schaduw ligt.

Insektenbestrijding.

In een goed gazon komt heel veel bodemleven voor. Allerlei organismen zorgen ervoor dat de grond open blijft en het organisch materiaal zal verteren. U moet proberen dit zoveel mogelijk te stimuleren, want daardoor houdt u de bodem gezond en heeft het gras de kans zich zo goed mogelijk te ontwikkelen. Hoewel er soms overmatige aantallen insekten aanwezig kunnen zijn is het zelden nodig deze te bestrijden. De insekten die de meeste schade aan uw gazon kunnen aanrichten zijn de larven van de langpootmug (emelten) en de larven van de rouwvlieg. Raadpleeg uw hovenier of tuincentrum als de schade te groot dreigt te worden.

Ziektebestrijding.

In een gazon kunnen diverse ziekten optreden. Vaak zijn deze van tijdelijke aard en geven geen of nauwelijks schade. De grasmat herstelt zich meestal vanzelf.